Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

49 Pachtwet

Nu bij voorgestelde pachter geen serieus en goed voorbereid voornemen bestaat om de pachthoeve in geval van indeplaatsstelling te gaan exploiteren, biedt deze onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

Uitspraak



17 juni 1997

pachtkamer

rolnummer 95/650 P

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

1 [verpachter 1],

wonende te [woonplaats],

2 [verpachtster 2],

wonende te [woonplaats],

3 [verpachtster 3],

wonende te [woonplaats],

4 [verpachtster 4],

wonende te [woonplaats],

5 [verpachtster 5],

wonende te [woonplaats],

6 [verpachter 6],

wonende te [woonplaats],

appellanten,

procureur: mr B. Peek,

tegen:

[pachter],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

geïntimeerde,

procureur: mr H.M.G. van Lotringen.

1 Het geding in eerste aanleg

De pachtkamer van het kantongerecht te Maastricht heeft op 19 september 1995 tussen geïntimeerde als eiser en appellanten als gedaagden een tussenvonnis gewezen, dat in fotocopie aan dit arrest is gehecht en naar de inhoud waarvan wordt verwezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Appellanten - hierna ook te noemen: verpachters - zijn bij exploit van 16 oktober 1995 met gelijktijdige dagvaarding van geïntimeerde - hierna ook te noemen: pachter - voor dit hof, in hoger beroep gekomen van voormeld tussenvonnis van 19 september 1995, waarbij de pachtkamer van het kantongerecht heeft geoordeeld dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat de voorgestelde pachter niet voldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering en dat zij geen gronden ziet welke aan toewijzing van de vordering van pachter tot indeplaatsstelling van diens zoon, [zoon van pachter], geboren op 18 juni 1965, als pachter, in de weg zouden staan en dat die vordering in beginsel voor toewijzing gereed ligt, waarna die pachtkamer de beslissing heeft aangehouden in afwachting van een door pachter over te leggen schriftelijke verklaring van de voorgestelde pachter dat hij bereid is in de plaats van zijn vader pachter te worden van het gepachte en dat hij zich bij toewijzing van de vordering gebonden acht als ware hij partij geweest in het onderhavige geding.

2.2

Bij memorie van grieven zijn na te melden grieven aangevoerd, met conclusie dat het hof het vonnis, waarvan beroep, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, pachter in zijn vordering tot indeplaatsstelling niet-ontvankelijk zal verklaren althans hem deze vordering als ongegrond en onbewezen zal ontzeggen, met veroordeling van pachter in de kosten van het geding in beide instanties.

2.3

De pachter heeft bij memorie van antwoord verweer gevoerd met conclusie dat het hof het vonnis, waarvan beroep, zal bekrachtigen eventueel onder verbetering van gronden en het hoger beroep van verpachters als ongegrond en onbewezen zal afwijzen, met veroordeling van verpachters in de proceskosten.

2.4

Verpachters hebben onder overlegging van 2 produkties akte verzocht van hun nader toegelichte standpunt.

2.5

Partijen hebben de zaak op 21 april 1997 doen bepleiten, verpachters door mr V.E.W.M. van Wijmen, advocaat te Breda, en pachter door mr C.M. van der Corput, advocaat te Eindhoven. Aan de zijde van pachter heeft de voorgestelde pachter nog inlichtingen aan het hof verstrekt.

2.6

Na afloop van de pleidooien hebben partijen de stukken aan het hof doen overleggen voor het wijzen van arrest.

3 De vaststaande feiten

Als enerzijds mede aan de hand van bescheiden gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken, staat ten processe het navolgende vast.

3.1

Tussen appellanten als verpachters en geïntimeerde als pachter bestaat een pachtovereenkomst met betrekking tot de hoeve "[naam]", gelegen te [plaats], gemeente [gemeente], groot 36.50 ha.

3.2

Bij beschikking van de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem d.d. 22 oktober 1996 werd, onder bevestiging van een beschikking van de pachtkamer van het kantongerecht te Maastricht d.d. 19 september 1995, beslist dat deze pachtovereenkomst werd verlengd tot 15 maart 1999 met overweging dat de pachtovereenkomst met pachter wegens de bepaling van artikel 43, lid 3, Pachtwet niet verder kan worden verlengd.

4 De grieven

De door verpachters tegen het tussenvonnis, waarvan beroep, aangevoerde grieven luiden als volgt:

4.1

Ten onrechte heeft de pachtkamer van het kantongerecht te Maastricht overwogen: "De pachtkamer is van oordeel dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat de voorgestelde pachter niet voldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering".

4.2

Ten onrechte heeft de pachtkamer van het kantongerecht te Maastricht overwogen : "Ook overigens ziet de pachtkamer geen gronden welke aan toewijzing van eisers vordering in de weg zouden staan, zodat de vordering in beginsel voor toewijzing gereed ligt".

5 De beoordeling van het geschil in hoger beroep

5.1

Uit de door de voorgestelde pachter [zoon van pachter] aan het hof verstrekte inlichtingen is onder meer het volgende gebleken.

5.2

[zoon van pachter] is sinds 1990 gehuwd, is 31 jaar oud en woont in [woonplaats] op circa 10 km afstand van de boerderij "[naam]". Hij is sedert het jaar 1992 in volledige dienstbetrekking werkzaam op de begraafplaats [naam] en verdient daar f. 2.500,-- netto per maand. Zijn echtgenote is bejaardenverzorgster (halve baan) en verdient daarmee f. 1.750,- netto per maand.

5.3

In geval van indeplaatsstelling dient hij het vleesvee en de machines van zijn vader over te nemen. Hij denkt hiervoor in aanvulling op eigen middelen ca. f. 60.000,-- te moeten lenen. Zijn vader wil hierin bijdragen maar met de bank heeft hij nog niet gesproken over de nog noodzakelijke financiering.

5.4

[zoon van pachter] heeft geen bedrijfsplan gemaakt.

5.5

Evenmin heeft hij een begroting voor de exploitatie van de boerderij "[naam]" opgesteld.

5.6

Hij is niet op de hoogte van de (omvang van de suikerreferentie voor het bedrijf.

5.7

Hij is ermee op de hoogte dat het melkquotum -groot 157.000 kg- door zijn vader is verhuurd. Ook hij wil dat blijven doen in geval van indeplaatsstelling maar niet is duidelijk geworden onder welke voorwaarden dat zal geschieden. [zoon van pachter] is niet op de hoogte van het niveau van de huurprijzen voor lease-melk.

5.8

[zoon van pachter] schatte het bedrijfsresultaat op ongeveer f. 50.000,-- per jaar. Blijkens de overgelegde jaarstukken bedroeg dit echter in 1995 f. 6.700,-; in 1994 : f. 41.646,--; in 1993 f. 36.428,-- en in 1992: f. 43.412,--, derhalve over die jaren gemiddeld beduidend minder.

5.9

Blijkens de beschikking van 22 oktober 1996 van de pachtkamer van dit hof schiet pachter nog steeds tekort bij het schilderwerk aan de bakgoten aan de zijde van de binnenplaats van de boerderij en met betrekking tot het onderhoud aan de ijzeren ramen, dat duidelijk te wensen overlaat, en met betrekking tot het witten van de muren aan de binnenplaats. De assistentie, die [zoon van pachter] volgens zijn zeggen 's avonds en in de weekeinden op de boerderij pleegt te verlenen, heeft niet geleid tot opheffing van deze minder wenselijke situatie. [zoon van pachter] is van plan het bedrijf op dezelfde voet als zijn vader te exploiteren alhoewel die exploitatie hier en daar qua onderhoud te wensen overlaat.

5.10

Naar het oordeel van het hof ontbreekt bij [zoon van pachter] een serieus en goed voorbereid voornemen de boerderij "[naam]" in geval van indeplaatsstelling te gaan exploiteren. Veeleer heeft hij met zijn echtgenote, die geen agrarische achtergrond heeft, voor ogen in zijn levensonderhoud op andere wijze te voorzien: zelf in dienstbetrekking bij de begraafplaats en zijn echtgenote als part-time bejaardenverzorgster. [zoon van pachter] heeft kennelijk niet een toekomst voor ogen als landbouwer met een meewerkende echtgenote op ca. 21 ha grasland en 15½ ha bouwland met een gewassenkeuze bestaande uit mais, tarwe en suikerbieten en met ca. 90 stuks vleesvee, zoals dit bedrijf thans wordt geëxploiteerd. Hieraan doet niet, althans onvoldoende, af dat hij in 1985 het diploma MAS heeft behaald en tussen 1987 en 1992 te [plaats] ervaring heeft opgedaan in een akkerbouwbedrijf annex stierenmesterij.

In 1992 heeft hij kennelijk voor een andere toekomst gekozen waarbij hij samen met zijn echtgenote een aanzienlijk zekerder inkomen geniet dan hij op de boerderij "[naam]" kan verwachten. [zoon van pachter] heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij serieus overweegt zijn volledige dienstbetrekking bij de begraafplaats te wijzigen in een deeltijdfunctie. Van voorbereidend overleg met zijn werkgever is niet gebleken, een werkgeversverklaring dienaangaande is niet overgelegd. Van een duidelijke belangstelling voor het leiding geven aan de exploitatie van de ouderlijke boerderij met de daaraan verbonden produktierechten, bedrijfsplannen, begrotingen en financieringsregelingen, is geenszins gebleken.

5.11

Gelet op dit gebrekkige en onvoorbereide voornemen van [zoon van pachter] de boerderij in geval van indeplaatsstelling te gaan exploiteren, moet met verpachters worden geoordeeld dat de voorgestelde pachter onvoldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

5.12

Dit betekent dat de grief I van verpachters gegrond is en dat de grief II geen bespreking behoeft.

6 Slotsom

Uit het bovenstaande vloeit voort dat het tussenvonnis niet in stand kan blijven. Het hof is in de gelegenheid een eindbeslissing te nemen. De vordering van pachter tot indeplaatsstelling van [zoon van pachter] dient al dadelijk te worden afgewezen. Pachter dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van beide instanties te worden veroordeeld.

7 Beslissing

Het hof rechtdoende in hoger beroep:

vernietigt het tussenvonnis van de pachtkamer van het kantongerecht te Maastricht d.d. 19 september 1995, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende,

wijst de vordering van pachter af.

veroordeelt pachter in de kosten van beide instanties, aan de zijde van verpachters tot heden begroot op, in eerste aanleg: f. 1.000,-- en in hoger beroep op f. 4.620,--.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kok, Bierman en Spoor en de raden Wentink en ING De Lorijn en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van 17 juni 1997.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature